Hoe les te geven over de Holocaust?

 

Klik hier met de rechtermuisknop op de brochure 'Lesgeven over de Holocaust. Aanbevelingen voor docenten' in zijn geheel als PDF te downloaden.

Klik hier met de rechtermuisknop op deze pagina's met illustraties als PDF te downloaden.

 

Pedagogische tips

De perfecte manier om over een bepaald onderwerp les te geven bestaat niet. De ideale methode die geschikt is voor alle docenten en leerlingen bestaat evenmin. Toch geven we hier een aantal richtlijnen die voor docenten nuttig kunnen zijn wanneer ze hun lessen samenstellen. De richtlijnen zijn gebaseerd op de ervaringen van onderwijsinstellingen die al jarenlang lesgeven over de Holocaust.

Het onderwijs over de Holocaust is ten gevolge van nieuw onderzoek de laatste dertig jaar enorm veranderd. Die ontwikkeling gaat nog steeds door; deze richtlijnen zijn dus zeker niet het laatste woord over dit onderwerp. Over elk van de onderstaande punten wordt in dit hoofdstuk dieper ingegaan.

1. Wees niet huiverig de Holocaust te behandelen

2. Sta stil bij de term 'Holocaust'

3. Zorg voor een positieve leeromgeving met een actief leerproces en een leerling-gerichte aanpak

4. Geef het historisch verhaal een gezicht door feiten en cijfers om te zetten in persoonlijke verhalen

5. Gebruik persoonlijke getuigenissen om de geschiedenis bij je leerlingen tot leven te laten komen

6. Een interdisciplinaire aanpak zal de leerlingen helpen de Holocaust beter te begrijpen

7. Plaats het verhaal in een relevante context

8. Geef uitvoerige en evenwichtige informatie over het onderwerp

9. Gebruik precieze taal en verwacht van je leerlingen dat zij dit ook doen

10. Maak onderscheid tussen de geschiedenis van de Holocaust en de lessen die je uit die geschiedenis kunt trekken

11. Vermijd eenvoudige antwoorden op een ingewikkeld verhaal

12. Geef je leerlingen toegang tot de primaire bronnen

13. Wijs leerlingen op het feit dat de meeste bronnen over de Holocaust afkomstig zijn van de daders

14. Moedig je leerlingen aan tot een kritische analyse van verschillende interpretaties van de Holocaust

15. Gebruik geen afschuwelijke beelden

16. Vergelijk het leed van een bepaalde groep niet met dat van een andere groep.

17. Geef je leerlingen de kans kennis te maken met uiteenlopende reacties van de slachtoffers,

waaronder verschillende vormen van verzet tegen de nazi's

18. Bespreek het joodse volk niet alleen binnen het kader van de Holocaust

19. Maak duidelijk dat de Holocaust niet onvermijdelijk was

20. Probeer de daders niet af te schilderen als 'onmenselijke monsters'

21. Maak onderscheid tussen het daderschap toen en hedendaagse samenlevingen

22. Spoor je leerlingen aan om zich te verdiepen in plaatselijke, regionale, landelijke en wereldgeschiedenis en -herinnering

23. Kies aangepaste leeractiviteiten en vermijd simulaties waarbij je leerlingen aanmoedigt zich te identificeren met de daders of de slachtoffers

24. Vraag je leerlingen deel te nemen aan en na te denken over landelijke en plaatselijke herdenkingen

25. Vermijd om de ontkenning van het verleden te legitimeren

26. Wees je bewust van de kracht, maar ook van de beperkingen van educatief materiaal, waaronder internet

27. Onderscheid historische en hedendaagse gebeurtenissen en vermijd onhistorische vergelijkingen

28. Leef mee met de zorgen van je leerlingen

 

1. Wees niet huiverig de Holocaust te behandelen

De Holocaust kan met succes aan leerlingen worden onderwezen al is geen gemakkelijk onderwerp. Daarom zijn veel docenten huiverig het met hun leerlingen te bestuderen. Zij weten niet goed hoe ze de omvang van deze tragedie, het enorme aantal slachtoffers en de laagheid waartoe mensen in staat zijn duidelijk moeten maken. Ze vragen zich af hoe zij hun leerlingen kunnen ontroeren onder ze te traumatiseren. Ze zijn bezorgd om de mogelijke reacties van hun leerlingen en weten niet goed hoe ze moeten reageren op 'ongepast' gedrag in de klas, zoals gegiechel of antisemitische en racistische opmerkingen.

Hoewel het onderwerp afschrikwekkend kan lijken moet je zeker niet aarzelen het met je leerlingen te bespreken. Uit ervaring is gebleken dat de Holocaust met succes in de klas kan worden behandeld en dat dit zeer positieve resultaten kan hebben.

2. Sta stil bij de term 'Holocaust'

Een duidelijke definitie van de term Holocaust is cruciaal. Veel docenten gebruiken de term in een heel ruime betekenis voor alle slachtoffers van de vervolging door nazi's. De meeste historici die deze periode bestuderen werken echter met een preciezere definitie (zie hoofdstuk 2 van deze brochure).

Leerlingen moeten zich bewust zijn dat de term 'Holocaust' voor veel mensen gevoelig ligt. Een Holocaust is een Bijbels offer en het gebruik van deze term kan de indruk geven dat de massamoord op de joden een vorm van martelaarschap was. Er was echter niets heiligs aan de Holocaust.

Ook met andere termen moeten we voorzichtig zijn. Wanneer we het over de 'Endlösung' hebben gebruiken we de taal van de daders. Veel mensen geven de voorkeur aan het Hebreeuwse woord Sjoa, dat catastrofe betekent en geen religieuze betekenis heeft.

3. Zorg voor een positieve leeromgeving met een actief leerproces en een leerling-gerichte aanpak

De Holocaust trekt tal van opvattingen in twijfel die jongeren hebben over de maatschappij, vooruitgang, beschaving en menselijk gedrag. Leerlingen kunnen dus een defensieve houding aannemen, negatieve gevoelens hebben of weigeren dieper in te gaan op de geschiedenis van het nazitijdperk of de Holocaust. Schep een vertrouwelijke sfeer, zodat zulke zaken openlijk kunnen worden aangekaart en besproken.

Het is belangrijk een open sfeer te creëren waarin leerlingen ruimte en tijd krijgen na te denken, worden aangemoedigd vragen te stellen, hun gedachten en angsten te bespreken en hun ideeën, meningen en zorgen te delen.

Kies voor een leerling-gerichte aanpak. Het gaat erom jonge mensen te stimuleren een actieve rol te spelen in hun eigen leerproces. Het moet voor hen eerder een ontdekkingsreis zijn waarbij zij hun eigen onderzoeksvragen formuleren, informatiebronnen analyseren, verschillende interpretaties en voorstellingen van gebeurtenissen ter discussie stellen en hun eigen antwoorden vinden op uitdagende historische en morele vragen.

4. Geef het historisch verhaal een gezicht door feiten en cijfers om te zetten in persoonlijke verhalen

Kwantitatieve studies zijn belangrijk en docenten moeten dan ook een manier vinden waardoor leerlingen zich een voorstelling kunnen maken van de omvang en het aantal slachtoffers van de Holocaust. Maar de meeste jongeren zullen zich moeilijk in het drama van de Holocaust kunnen inleven als het alleen maar in statistische termen wordt voorgesteld. Geef je leerlingen de kans om de mensen die door de nazi's werden vervolgd als individuen te zien, in plaats van als een anonieme massa slachtoffers.

Maak gebruik van casestudies, getuigenissen van overlevenden en brieven of dagboeken uit die periode om de menselijke ervaring duidelijk te maken. Zodat leerlingen elk cijfer als een echte persoon beschouwen, een individu dat vóór de Holocaust een leven had, vrienden en familie. Benadruk altijd de waardigheid van de slachtoffers.

Spreek niet over de Holocaust zonder de stereotypen ter discussie te stellen - bijvoorbeeld dat alle daders gek of sadistisch waren, alle bevrijders heldhaftig, dapper, goed en vriendelijk, alle omstanders apathisch. Anders loop je het gevaar dat de historische personen aan menselijkheid verliezen en eerder als karikaturen overkomen dan als mensen van vlees en bloed.

Door de les toe te spitsen op individuele verhalen, op de morele dilemma's waarvoor mensen kwamen te staan en de keuzes die zij gemaakt hebben, kunnen docenten jongeren beter interesseren voor de Holocaust en de raakvlakken laten zien met hun eigen leven.

5. Gebruik persoonlijke getuigenissen om de geschiedenis bij je leerlingen tot leven te laten komen

In veel landen zijn nog mensen die de Holocaust hebben overleefd. Als je met overlevenden contact legt en iemand in je klaslokaal uitnodigt zal dit voor leerlingen vaak een onvergetelijke ervaring zijn. Iemand ontmoeten die het onvoorstelbare heeft meegemaakt kan bij leerlingen ware empathie teweegbrengen. Het 'Landelijk steunpunt gastsprekers WOII- heden' (www.steunpuntgastsprekers.nl) kan helpen een overlevende op school te laten spreken.

Aangezien de overlevenden uit deze periode steeds ouder worden zal het voor je leerlingen misschien niet mogelijk zijn zo'n rechtstreeks persoonlijk contact mee te maken. In dat geval kun je als docent audiovisueel materiaal gebruiken om persoonlijke verhalen over de Holocaust in het klaslokaal te brengen. Mensen die rechtstreeks bij de Holocaust betrokken waren of bepaalde gebeurtenissen met eigen ogen hebben gezien, hebben aangrijpende verhalen te vertellen. Bevrijders, redders of anderen in de klas uitnodigen zal bij de leerlingen de beleving van de Holocaust aanzienlijk verrijken.

Als je iemand in de klas uitnodigt om over zijn of haar persoonlijke ervaringen te praten, spreek dan vooraf met die persoon, zodat je kunt beoordelen of hij of zij in staat is voor een groep te spreken en op de hoogte is van je educatieve doelstellingen. Bereid het bezoek voor met de klas om er zeker van te zijn dat de leerlingen eerbied en waardering kunnen opbrengen. Leerlingen moeten zich realiseren dat de spreker het - ondanks de vele jaren die zijn verstreken - nog steeds moeilijk kan vinden om over pijnlijke ervaringen uit het verleden te praten.

Zorg ervoor dat de leerlingen al een degelijke basiskennis hebben van de gebeurtenissen. Getuigen van de Holocaust ontmoeten heeft niet als voornaamste doel de historische gebeurtenissen uit die periode over te dragen. Deze mensen zijn meestal geen historici of docenten en hun ervaring is misschien ook niet typerend voor die van de overgrote meerderheid tijdens de Holocaust. Wel zullen de leerlingen de uitzonderlijke kans hebben om iemand te ontmoeten die de gebeurtenissen van dichtbij heeft meegemaakt en te luisteren naar een unieke persoonlijke getuigenis.

Stimuleer de leerlingen om aan de overlevende niet alleen vragen te stellen over ervaringen tijdens de Holocaust, maar ook over zijn of haar leven ervoor en erna. Zo krijgen zij een beeld van de gehele persoon en van de manier waarop die met de ervaringen heeft leren leven. Hoewel we op basis van het verhaal van één persoon niet mogen generaliseren, zal de Holocaust na de ontmoeting met een overlevende, redder of bevrijder veel meer tot leven komen voor je leerlingen en zullen ze beter beseffen dat deze tragedie gewone mensen heeft getroffen.

6. Een interdisciplinaire aanpak zal de leerlingen helpen de Holocaust beter te begrijpen

De Holocaust raakt aan zoveel aspecten van menselijk gedrag dat ook veel docenten van andere vakken dan geschiedenis zich erdoor aangesproken voelen. Hoewel een goed historisch inzicht de basis vormt voor het bestuderen van de Holocaust, hebben historici niet het monopolie op dit onderwerp. Creatieve samenwerking tussen vakken kan leiden tot een werkschema waarbij verschillende vakgebieden betrokken zijn. Zo kan de Holocaust vanuit verschillende perspectieven worden benaderd en verder worden gebouwd op ideeën en kennis uit andere lessen.

De verhalen van de Holocaust tonen de uitersten van menselijk gedrag: haat en wreedheid, maar ook moed en menselijkheid. Leren over de Holocaust via de geschiedenis roept sterke emoties op bij leerlingen, die ze door middel van poëzie, kunst en muziek op een creatieve en fantasierijke manier kunnen uiten. De Holocaust roept belangrijke morele, theologische en ethische vragen op, die de leerlingen kunnen onderzoeken tijdens de lessen godsdienst, burgerschapskunde of maatschappijleer.

Door een interdisciplinaire aanpak doe je een beroep op de expertise van je collega's in andere vakken. Daardoor verdelen jullie niet alleen de werklast, maar vergroten jullie ook de kennis van de leerlingen over de Holocaust en hun betrokkenheid daarbij.

7. Plaats het verhaal in een relevante context Bestudeer de Holocaust binnen de context van de Europese en wereldgeschiedenis, zodat de leerlingen kennis hebben van wat eraan voorafging en welke omstandigheden ertoe hebben bijgedragen.

8. Geef uitvoerige en evenwichtige informatie over het onderwerp De Holocaust was niet overal hetzelfde, maar verschilde aanzienlijk per land en vond op verschillende tijdstippen plaats (zie de Inleiding en Hoofdstuk 2 van deze brochure).

9. Gebruik precieze taal en verwacht van je leerlingen dat zij dit ook doen Er bestaan heel wat mythen over de Holocaust en je leerlingen hebben wellicht vooroordelen. Dubbelzinnig taalgebruik kan bijdragen tot het in stand houden van deze verkeerde opvattingen.

Vermijd de taal van de daders, die hun standpunt weergeeft. Termen als 'Endlösung' mogen aangehaald en kritisch geanalyseerd worden, maar gebruik ze niet om de historische gebeurtenis te beschrijven.

Definities zijn belangrijk, omdat dit je dwingt tot nauwkeurigheid en eenduidigheid. Een goed voorbeeld is de term 'kamp'. Hoewel in veel kampen die door de nazi's en hun collaborateurs werden opgericht mensen om het leven kwamen, werden niet alle kampen gebouwd met de bedoeling er mensen te doden. Zo waren er concentratiekampen, werkkampen en doorgangskampen, om er enkele te noemen. Al deze kampen werkten op een verschillende manier en op verschillende tijdstippen. Beschrijf de activiteiten die in die verschillende kampen plaatsvonden dus zeer precies en gebruik het begrip 'kampen' niet in het algemeen.

10. Maak onderscheid tussen de geschiedenis van de Holocaust en de lessen die je uit die geschiedenis kunt trekken

Wanneer je de gebeurtenissen te eenvoudig voorstelt of zo presenteert dat de moraal die je aan je leerlingen wilt meegeven er dik bovenop ligt, loop je het risico het historisch verhaal te verdraaien. Leren over deze gebeurtenissen kan jonge mensen gevoelig maken voor hedendaagse voorbeelden van vooroordelen en onrechtvaardigheid. Het bestuderen van de Holocaust confronteert jonge mensen met stereotypen, mythen en verkeerde opvattingen en leert hun gangbare vooroordelen af te wegen tegen historisch bewijsmateriaal. Maar morele lessen kunnen de leerlingen alleen trekken als die gebaseerd zijn op een nauwkeurige en objectieve interpretatie van de historische documenten.

Door het historisch onderzoek zullen leerlingen de complexiteit van een wereld inzien waarin dergelijke keuzes werden gemaakt en beslissingen werden genomen. Confronteer ze met echte dilemma's die mensen in het verleden hebben meegemaakt. Alleen dan kunnen ze de daden (en de laksheid) van mensen in de context van hun eigen tijdperk zien en daaruit proberen zinvolle lessen te trekken voor vandaag.

11. Vermijd eenvoudige antwoorden op een ingewikkeld verhaal

Wanneer je de leerlingen wijze lessen wilt leren loop je het gevaar de Holocaust te eenvoudig voor te stellen, waarbij geen rekening wordt gehouden met de historische context waarin beslissingen werden genomen. Door zo'n aanpak kan de kennis van de leerlingen over de complexe gebeurtenissen gereduceerd worden tot een simpele les over goed en kwaad - 'de Holocaust is te wijten aan het feit dat mensen niet de juiste morele keuzes hebben gemaakt'. Dat kan tot een oppervlakkige interpretatie van de geschiedenis leiden.

Leerlingen moeten historische kwesties leren uitdiepen. Zij kunnen zich ook de vraag stellen waarom het lot van de joden in verschillende landen zo uiteenlopend was en de Duitse bezettingsregimes van land tot land bestuderen. Zulk onderzoek zal steevast morele vragen oproepen. Stimuleer je leerlingen daarom met een bescheiden blik naar het verleden te kijken. Iemand veroordelen die geweigerd heeft de joodse buren te verbergen of te helpen is gemakkelijk. Maar gemakkelijk oordelen helpt niet om de geschiedenis beter te begrijpen en maakt van je leerlingen ook geen betere burgers.

De Holocaust is zo complex dat leerlingen de gelegenheid moeten krijgen om deze gebeurtenis grondig te bestuderen en te onderzoeken. Dit geldt ook voor de dilemma's van de redders, die elke dag weer moesten beslissen of ze hun leven en dat van hun gezin verder op het spel zouden zetten. De leerlingen horen zich ook de volgende vragen te stellen: waarom hebben de geallieerden niet méér gedaan om de joden te redden, waarom stelden sommige joodse raden lijsten op van joden voor deportatie, waarom deden de meeste mensen in de bezette landen niets om hun joodse buren te helpen en waarom namen gewone mannen en vrouwen bereidwillig deel aan massamoorden?

Op zulke complexe vragen is een eenvoudig antwoord niet altijd mogelijk. Vaak ontstaan er alleen maar meer vragen. Jonge mensen moeten zich inderdaad realiseren dat er op sommige vragen geen antwoorden zijn.

12. Geef je leerlingen toegang tot de primaire bronnen

Dankzij brieven, dagboeken, kranten, toespraken, kunstwerken, bevelschriften en andere officiële documenten uit die tijd kunnen we de daders, slachtoffers, redders en omstanders beter leren kennen. Primair bronnenmateriaal is onmisbaar als we de motivatie, gedachten, gevoelens en daden van mensen in het verleden op een zinvolle manier willen doorgronden. En ook als we willen proberen te begrijpen waarom bepaalde keuzes gemaakt zijn en waarom de gebeurtenissen zich zo hebben voorgedaan.

Leerlingen moeten de kans krijgen om oorspronkelijk bronnenmateriaal op een kritische manier te analyseren en om te beseffen dat analyse, interpretatie en beoordeling horen te berusten op grondige bestudering van het historisch bewijsmateriaal.

13. Wijs leerlingen op het feit dat de meeste bronnen over de Holocaust afkomstig zijn van daders

Een groot deel van het bewijsmateriaal van de Holocaust - of het nu om geschreven documenten, foto's of films gaat - werd geproduceerd door de nazi's. Het gevaar bestaat dus dat we het verleden alleen door de ogen van de daders zien. Als we zulk materiaal niet voorzichtig gebruiken lopen we het gevaar de slachtoffers te zien zoals de nazi's hen zagen: als objecten, ontaarde en ontmenselijkte wezens.

Plaats het bewijsmateriaal in een context. Houd als docent rekening met de cognitieve en emotionele leeftijd van het kind en verzeker je ervan dat dergelijke beelden geschikt zijn voor je leerlingen en dat ze goed voorbereid zijn op de emotionele schok die de beelden teweeg kunnen brengen. Zorg er ook voor dat ze ruimte krijgen om erop te reflecteren en hun reacties achteraf te bespreken.

Wissel deze documenten en foto's af met dagboeken, brieven, foto's en ander bewijsmateriaal van de slachtoffers zelf, zodat ook hun stem wordt gehoord.

14. Moedig je leerlingen aan tot een kritische analyse van verschillende interpretaties van de Holocaust

Wat leerlingen in de klas leren wordt beïnvloed door een bredere culturele context en de Holocaust heeft in de populaire cultuur vele vormen aangenomen. Wetenschappelijke en populaire verhalen, speelfilms, massamedia, documentaires, kunst, toneel, romans, herdenkingen en musea dragen allemaal bij tot het collectief geheugen. Elke interpretatie wordt beïnvloed door de omstandigheden waaronder ze wordt geproduceerd en vertelt waarschijnlijk net zoveel over de tijd waarin en de plaats waar ze ontstond, als over de gebeurtenissen die ze weergeeft.

Het is belangrijk dat leerlingen zich afvragen hoe en waarom zulke voorstellingen van het verleden worden geproduceerd, op welke selectie van het bewijsmateriaal ze gebaseerd zijn en wat de intenties waren van diegenen die ze hebben verwezenlijkt. Leerlingen horen te begrijpen dat er weliswaar historische debatten gaande zijn over bepaalde gebeurtenissen in het verleden, maar dat niet alle interpretaties even verdedigbaar zijn (zie punt 25).

15. Gebruik geen afschuwelijke beelden

Het gebruik van beeldmateriaal over de Holocaust met de bedoeling te schokken en/of afschuw te wekken is niet alleen vernederend voor de slachtoffers, maar geeft ook blijk van onverschilligheid voor de gevoelens van de leerlingen. Respect voor de slachtoffers van de Holocaust en voor de leerlingen, vraagt om een gevoelige aanpak en het voorzichtig afwegen van wat gepast materiaal is en wat niet. Docenten die met hun leerlingen een vertrouwensband hebben opgebouwd kunnen dat vertrouwen in gevaar brengen door erg wrede en storende beelden te laten zien. Juist dit soort materiaal kan de spanningen en verlegenheid veroorzaken die in de klas tot gegiechel en misplaatste opmerkingen leiden.

Lesgeven over de Holocaust kan heel goed zonder gebruik te maken van foto's waarop stapels naakte doden te zien zijn. Overdadig gebruik van dergelijke beelden kan overigens schadelijk zijn. Hevige emoties en afkeer leiden zelden tot een positieve leerervaring. Het kan wel een ontmenselijkend effect hebben en het beeld van de joden als slachtoffers nog versterken.

Laat alleen foto's van gruweldaden zien als dit voor de leerlingen een duidelijke meerwaarde heeft.

16. Vergelijk het leed van een bepaalde groep niet met dat van een andere groep

De Holocaust bestuderen kan jonge mensen gevoelig maken voor vervolging, discriminatie en haat in de wereld van nu. Maar de universele lessen die je uit het bestuderen van deze periode kunt trekken, zijn voor leerlingen alleen echt te begrijpen als je de ervaring van de slachtoffers en de ideologische achtergrond van de vervolging ook behandelt in je lessen.

In het geval van de joodse ervaring zien we discriminatie, economische uitbuiting, vervolging en moord die het gevolg waren van het nazi-antisemitisme. Voor voorbeelden van andere vormen van haat en onverdraagzaamheid, die net zo kenmerkend zijn voor onze moderne samenleving, moeten we naar andere groepen kijken: naar de vervolging door nazi's op de Roma en de Sinti, naar homoseksuelen, communisten, politieke dissidenten en non-conformisten.

Het lijden van alle slachtoffers van de vervolging door nazi's moet aan de orde komen zonder de joodse ervaring te relativeren. Een hiërarchie van het lijden bestaat niet, of het nu om de nazitijd gaat of om de Holocaust in vergelijking met andere genociden.

Wat de andere vervolgingsslachtoffers van de nazi's hebben meegemaakt mag niet worden verbannen naar één extra les, waarbij al deze verschillende groepen worden behandeld alsof zij allemaal dezelfde waren. Integreer het verhaal van deze groepen in het verhaal van de jodenvervolging. Bestudeer bijvoorbeeld de overeenkomsten en verschillen tussen de genocide van de joden en die van de Roma en de Sinti. Of het verband tussen de daders en hun methoden van het euthanasieprogramma van de nazi's enerzijds en die van de vernietigingskampen anderzijds.

Zo'n aanpak erkent niet alleen de vervolging van andere slachtoffers, maar laat ook het bijzondere karakter van de joodse ervaring zien en helpt de Holocaust in een ruimere historische context te plaatsen. Net zoals het onmogelijk is de massamoord op de joodse bevolking uit te leggen zonder de context van de Tweede Wereldoorlog, gaat het ook niet op dit verhaal apart van de vervolging van andere slachtoffergroepen te bestuderen.

17. Geef je leerlingen de kans kennis te maken met uiteenlopende reacties van de slachtoffers, waaronder verschillende vormen van verzet tegen de nazi's

Het verzet tegen de vervolging door nazi's nam verschillende vormen aan, van gewapende strijd tot pogingen om de menselijke waardigheid in stand te houden, zelfs in de extreme omstandigheden van de getto's en kampen.

De slachtoffers van de nazi's ondergingen de vervolging niet passief. Het is belangrijk dieper in te gaan op de manier waarop de slachtoffers reageerden, op hun beperkte bewegingsruimte en op de talrijke vormen van joods verzet tegen de vervolging.

18. Bespreek het joodse volk niet alleen binnen het kader van de Holocaust

De gebeurtenissen van de Holocaust moeten in hun historische context worden geplaatst. Toon het leven vóór en na de Holocaust om duidelijk te maken dat de joodse bevolking een lange geschiedenis heeft en een rijk cultureel erfgoed, zodat de leerlingen joden niet alleen zien als de ontmenselijkte en vernederde slachtoffers van de vervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Jonge mensen moeten zich realiseren dat de vernietiging van rijke en levenskrachtige joodse gemeenschappen in Europa een enorm verlies heeft betekend voor de hedendaagse wereldcultuur.

19. Maak duidelijk dat de Holocaust niet onvermijdelijk was

De Holocaust vond plaats omdat individuen, groepen en naties besloten te handelen of niet te handelen. Het was niet onvermijdelijk omdat het plaatsvond en vervolgens werd beschreven in boeken en films. Door nadruk te leggen op de besluiten van individuen, groepen en naties krijg je een beter inzicht in de geschiedenis en de menselijke aard en kun je je leerlingen aanzetten zich te ontwikkelen tot kritische denkers.

20. Probeer de daders niet af te schilderen als 'onmenselijke monsters'

De Holocaust was een menselijke gebeurtenis met menselijke beweegredenen. Alle actoren van de Holocaust moeten dus opnieuw menselijk worden gemaakt: slachtoffers, redders, collaborateurs, omstanders en daders moeten gezien worden als gewone mensen in buitengewone omstandigheden. Het is niet de bedoeling de daders te 'normaliseren', maar om in te zien dat de meesten geen sadistische psychopaten waren en dat 'het kwade' niet volstaat om de Holocaust te verklaren.

Een moeilijke vraag blijft deze: hoe is het menselijkerwijs mogelijk dat gewone mannen en vrouwen, liefhebbende vaders en echtgenoten bereidwillig hebben deelgenomen aan de moord op onschuldige mannen, vrouwen en kinderen?

Bestudeer de motieven van de daders grondig. Leerlingen moeten hiervoor gebruik maken van primaire bronnen, casestudies en individuele biografieën, om zo het belang te zien van ideologie, antisemitisme, ambitie, sociale druk van de omgeving, economisch opportunisme, criminele psychopathologie en andere factoren die verklaren waarom mensen zo gehandeld hebben.

21. Maak onderscheid tussen daderschap toen en hedendaagse samenlevingen

Leerlingen mogen niet de indruk krijgen dat alle Duitsers nazi's waren, en ook niet dat de hele Duitse bevolking uit was op genocide. Zij moeten de gelegenheid krijgen om de verschillende reacties van de Duitsers op het nazi-beleid te bestuderen: enthousiaste steun, medewerking, ongenoegen, apathie en actief verzet.

Maak een duidelijk onderscheid tussen het Duitsland van vroeger en dat van nu. Plaats de gebeurtenissen van de Holocaust in hun historische context, zodat bevolking, beleid, samenleving en cultuur van het moderne Duitsland worden onderscheiden van het naziverleden.

Leerlingen moeten zich ook realiseren dat antisemitisme een wereldwijd en eeuwenoud verschijnsel is en dat er in heel Europa tal van niet-Duitse daders en bereidwillige collaborateurs waren. Veel mensen met andere nationaliteiten werkten samen met de SS-eenheden of als bewakers in concentratiekampen. Plaatselijke politiediensten namen deel aan de arrestatie en deportatie van joden naar de vernietigingskampen. Soms was de plaatselijke bevolking verantwoordelijk voor pogroms tegen joodse buren of verraadde zij ondergedoken joden. Regeringen die nazi-Duitsland steunden deden op eigen initiatief mee aan de moorden.

22. Spoor je leerlingen aan om zich te verdiepen in plaatselijke, regionale, landelijke en wereldgeschiedenis en -herinnering

Als je in een land woont waar de Holocaust plaatsvond is het van belang de vervolging ook in de context van de nationale geschiedenis te benadrukken. Hierbij moet echter niet de Europese dimensie van de Holocaust uit het oog verloren worden. Bestudeer de ervaringen van de slachtoffers, redders, daders, collaborateurs, verzetsstrijders en omstanders. En ga na in hoeverre dit alles is doorgedrongen tot het lokale, regionale of nationale geheugen en of het is opgenomen in de geschiedschrijving.

Als je in een land woont dat tot de Geallieerden behoorde of dat tijdens de Tweede Wereldoorlog neutraal was, is het van belang je leerlingen te stimuleren om de nationale geschiedschrijving van die periode onder de loep te nemen. Waarom hebben landen tijdens de jaren dertig en veertig niet meer vluchtelingen binnengelaten? Waarom hebben de Geallieerden de bevrijding van de joden niet tot een van hun oorlogsdoelstellingen gemaakt? Had men meer kunnen doen om de joden in Europa te bevrijden?

23. Kies aangepaste leeractiviteiten en vermijd simulaties waarbij je leerlingen aanmoedigt zich te identificeren met de daders of de slachtoffers

Empathische activiteiten, waarbij de nadruk wordt gelegd op wat de mensen hebben meegemaakt en op de reacties op gebeurtenissen in het verleden, kunnen heel effectief zijn om bij jonge mensen belangstelling voor de geschiedenis te wekken. Maar ga met deze techniek bij een gevoelig onderwerp als de Holocaust uiterst voorzichtig om.

Het kan bijvoorbeeld nuttig zijn dat leerlingen de rol op zich nemen van iemand uit een neutraal land, die op deze gebeurtenissen reageert. Een journalist die voor zijn of haar krant een artikel schrijft over de vervolging van de joden, een bezorgde burger die een brief schrijft naar een volksvertegenwoordiger, of een actievoerder die de publieke opinie probeert te mobiliseren. Dat soort activiteiten werkt motiverend en kan leerlingen ook helpen bij het bepalen van hun opstelling ten opzichte van actuele wereldgebeurtenissen waarover zij zich zorgen maken.

Sommige jongeren kunnen zich teveel identificeren met de gebeurtenissen van de Holocaust. Anderen kunnen gefascineerd raken door de macht en zelfs door de 'glamour' van de nazi's. Of ze geven blijk van een morbide fascinatie voor het lijden van de slachtoffers. Hier ligt het gevaar van creatieve schrijfopdrachten of rollenspeloefeningen, waarbij leerlingen zich inbeelden dat zij rechtstreeks bij de Holocaust betrokken waren. Leerlingen aansporen tot creatieve expressie kan de moeite waard zijn, maar het doel ervan moet duidelijk zijn. Vaak zijn 'empathische oefeningen' misplaatst en pedagogisch onverantwoord, omdat het voor ons onmogelijk is om ons voor te stellen hoe het voelt dergelijke gebeurtenissen mee te maken, behalve dan op een zeer oppervlakkige manier.

Zulke technieken steken bleek af tegen de ware empathie waarvan tal van leerlingen blijk geven bij het in contact komen met persoonlijke verhalen, casestudies en getuigenissen van overlevenden.

24. Vraag je leerlingen deel te nemen aan en na te denken over landelijke en plaatselijke herdenkingen

Herdenkingen bieden de kans om contact te leggen tussen generaties, bijvoorbeeld door middel van gesprekken over relevante hedendaagse gebeurtenissen. Dat kan in familieverband maar ook breder. Ook dagen herdenkingen uit tot andere vormen van community learning.

Zulke gelegenheden zorgen er niet alleen voor dat leren over de Holocaust verplaatst wordt van de klas naar de lokale gemeenschap, maar ze kunnen ook zelf het onderwerp worden van studie en onderzoek. Vraag de leerlingen na te denken over de volgende kwesties: Hoe herdenken? Welke blik kiest jouw stad, regio of land om naar het eigen verleden te kijken? Hoe selecteren verschillende groepen elementen uit de geschiedenis om daarmee hun eigen verhaal te construeren? Laat jouw land lastige kwesties uit het nationaal verleden wel of niet buiten beschouwing? In hoeverre verschillen deze herdenkingen van die in andere landen?

25. Vermijd om de ontkenning van het verleden te legitimeren

De ontkenning en het trivialiseren van de Holocaust is ideologisch gemotiveerd. De strategie van ontkenners bestaat erin twijfel te zaaien door historische feiten doelbewust te vervormen en onjuist voor te stellen. Let erop dat je de ontkenners niet ongewild erkent door een schijndebat aan te gaan.

Pas op dat je geen spreekbuis wordt voor ontkenners. Behandel de ontkenning of het trivialiseren van de Holocaust niet als een geldig historisch standpunt en probeer het standpunt van de ontkenners niet te weerleggen aan de hand van rationele argumenten en een normaal historisch debat.

Vele docenten geloven toch dat zij het met hun leerlingen over ontkenning of het trivialiseren van de Holocaust moeten hebben. Omdat de leerlingen zelf het onderwerp aansnijden, of omdat docenten bang zijn dat hun leerlingen later toch met deze kwestie te maken krijgen en dan niet voorbereid zullen zijn op de retorische technieken van de ontkenners en hun talent om mensen te misleiden of in de war te brengen.

Als dit aan de orde is behandel dan de ontkenning van de Holocaust los van de geschiedenis van de Holocaust.  Ga in op de vraag wat de motivatie kan zijn van mensen die een historische gebeurtenis ontkennen of bagatelliseren. Dit onderwerp kan aan bod komen in aparte lessen over de historische ontwikkeling van de verschillende vormen van antisemitisme. Het kan ook behandeld worden als een mediastudieproject, waarbij dieper wordt ingegaan op de manipulatie, onjuiste voorstelling en vervorming die sommige groepen toepassen voor politieke, sociale of economische doeleinden.

26. Wees je bewust van de kracht, maar ook van de beperkingen van educatief materiaal, waaronder internet

Controleer zorgvuldig of het educatief materiaal dat je gaat gebruiken historisch accuraat is. Antisemitisme, homofobie en vooroordelen jegens Roma en Sinti komen in veel samenlevingen voor en kunnen ook in de klas aanwezig zijn. Ook jouw leerlingen zullen vooroordelen hebben. Wees voorzichtig bij de keuze van het lesmateriaal. De weergave van nazipropaganda en het tonen van foto's van gruweldaden kunnen immers ongewild een negatief beeld van de slachtoffers versterken. Zorg ervoor dat het lesmateriaal persoonlijke verhalen en casestudies bevat die een tegenwicht bieden tegen negatieve stereotypen over de slachtoffergroepen.

Naast gedrukt materiaal kan internet eveneens een waardevol middel zijn voor educatie en onderzoek. Maar wees voorzichtig met het gebruik van internet, want veel schijnbaar geloofwaardige websites worden geschreven en beheerd door ontkenners van de Holocaust en antisemieten. Waarschuw jonge mensen hiervoor en laat zien dat sommige zoekmachines onbetrouwbare resultaten kunnen geven. Help de leerlingen ook om betrouwbare en toonaangevende websites te herkennen.

Wijs de leerlingen op de noodzaak om alle informatiebronnen kritisch te beoordelen en de context waarin de informatie werd geproduceerd erbij te betrekken. Spoor de leerlingen aan de volgende vragen te stellen: Wie schreef de informatie? Wat is het doel van de website? Is er een lijst van onderwerpen? Hoe beïnvloedt die lijst de selectie en de presentatie van de informatie?

Raad toonaangevende websites aan die je hebt nagetrokken. De websites van de organisaties die opgenomen zijn achter in deze brochure kunnen een goed startpunt zijn. www.wo2online.nl streeft naar een zo compleet mogelijk overzicht van beschikbare, maar vooral betrouwbare kennis over de Tweede Wereldoorlog op internet.

27. Onderscheid historische en hedendaagse gebeurtenissen en vermijd a-historische vergelijkingen

Een van de voornaamste motivaties om over de Holocaust les te geven is voor docenten het feit dat het jonge mensen gevoelig kan maken voor onrechtvaardigheid, vervolging, racisme, antisemitisme en andere vormen van haat in de wereld van vandaag. De Holocaust wordt vaak gezien als een morele maatstaf, een paradigma van het kwaad. Hoewel het leren van zulke universele lessen een belangrijk onderdeel kan zijn van de studie van de Holocaust, moeten de leerlingen ook de verschillen zien tussen de gebeurtenissen toen en nu, waarbij ze zowel het specifieke als het universele herkennen.

De term 'Holocaust' wordt vaak gebruikt als een parapluterm om allerlei vreselijke gebeurtenissen, gruweldaden en menselijke drama's te omschrijven. Dat komt niet alleen doordat de taal tekortschiet om dergelijke gebeurtenissen op gepaste wijze te beschrijven, maar ook door een gebrekkige kennis van de Holocaust. Door dit overmatig gebruik heeft de term 'Holocaust' jammer genoeg aan betekenis verloren en is in sommige gevallen zelfs verbasterd geraakt. Met de 'onjuiste toe-eigening' van deze term lopen we dan ook het gevaar de misdaden van de nazi's af te zwakken door onterechte vergelijkingen.

Leren over de Holocaust kan jonge mensen aanzetten tot nuttige vergelijkingen met de moderne wereld. De schending van de mensenrechten tijdens het nazibewind (vooral tijdens de vooroorlogse periode) kan heel goed vergeleken worden met moderne voorbeelden van vooroordelen, discriminatie en vervolging.

Een genocide daarentegen is duidelijk en fundamenteel verschillend van het verlies van burgerrechten. Er zijn uiteraard andere voorbeelden van genociden. Het is bijvoorbeeld logisch je af te vragen wat de overeenkomsten en de verschillen zijn tussen de Holocaust en de genocide in Rwanda of Darfur. Maar de leerlingen moeten zich realiseren dat niet alle tragische gebeurtenissen een genocide zijn en geen onterechte vergelijkingen maken.

Pas op voor oppervlakkige vergelijkingen of voor de gedachte dat we nu onze koers kunnen bepalen door gewoon naar gebeurtenissen uit het verleden te kijken. We leven in een complexe tijd en bewijzen onze leerlingen geen dienst door hen te doen geloven dat de lessen uit de geschiedenis zo duidelijk zijn dat ze gemakkelijke oplossingen bieden voor vandaag.

28. Leef mee met de zorgen van je leerlingen

Leerlingen die vinden dat het lijden van hun eigen volk of groep niet aan bod is gekomen kunnen er moeite mee hebben om de vervolging en de moord op anderen te bestuderen. Daarom is het belangrijk ook andere geschiedenissen van racisme, onderwerping, vervolging of kolonialisme te bestuderen die voor jouw groep leerlingen relevant zijn.

Sommige leerkrachten zijn bang dat hun lessen over de Holocaust jongeren ophitsen, die het lijden van de joden onder de nazi's onterecht vergelijken met het Israëlisch beleid in de Palestijnse gebieden. Maar dat is geen reden om geen les te geven over de Holocaust. In de tekst 'Anti-Semitism: Why and How? Guidelines for Educators' staan praktische aanbevelingen voor het omgaan met zulke situaties. Zie: www.osce.org/odihr.

Er bestaat grote kans dat lesgeven over de Holocaust de leerlingen gevoelig zal maken voor onrecht, vervolging, vooroordelen en schendingen van de mensenrechten in de wereld van nu. Toch moeten docenten vermijden de geschiedenis te politiseren en de Holocaust te gebruiken om een of andere campagne te promoten.

Heb als docent oog voor de gevoelens en de meningen van je leerlingen over zaken die hen echt bezighouden. Docenten moeten bereid zijn de oorzaken van hedendaagse conflicten te bestuderen en jonge mensen moeten de kans krijgen om vrijuit over deze problemen te discussiëren. Maar maak wel een onderscheid tussen de verschillende conflicten en de oorzaken en de aard van elk conflict.