De Holocaust, Genocide en Misdadten tegen de Menselijkheid

Inleiding

Zowel onder docenten als leerlingen rijst steedsZo opnieuw de vraag waarom we in het onderwijs zoveel aandacht bestenden aan de Holocaust terwijl er door de geschiedenis heen zoveel andere voorbeelden van massaal menselijk lijden zijn geweest. Sterker nog, waarom doen we dat terwijl er ook nu nog misdaden tegen de menselijkheid worden begaan?

 Een helder  en gefundeerd begrip van de Holocaust, het voorbeeld van genocide dat als paradigma dient, kan docenten en leerlingen echter inzicht bieden in andere gevallen van volkerenmoord, massamoord en mensenrechtenschendingen. Het onderwijs over grootschalig lijden kwam pas op gang na de Tweede Wereldoorlog - of preciezer gezegd, na de  Holocaust, de  poging van de nazi’s en hun collaborateurs om het jodendom in Europa compleet weg te vagen.

 “Massaal geweld, marteling, schending van mensenrechten en mishandeling van mensen is geen nieuw aspect van de mensheid,” aldus Dr. Linda Woolf van Webster University. “De hele geschiedenis door vinden we gedocumenteerde gevallen van dit soort gedrag. Het is van het grootste belang dat we meer inzicht verwerven in de psychologische, culturele, politieke en maatschappelijke oorzaken van menselijke wreedheid, massaal geweld en genocide. We moeten de factoren blijven onderzoeken die mensen ertoe bewegen gezamenlijk en als individu wreedheden en genocide te begaan en mogen daarbij ook het effect van apathische omstanders, als brandstof voor het menselijk geweld, niet over het hoofd zien. Het ligt weliswaar niet binnen het vermogen van de mens een exact voorspellend model voor massaal geweld/menselijke wreedheid te ontwikkelen, maar we moeten wel streven naar een model dat de tekenen aan de wand onthult, evenals de factoren die het plegen van geweld en genocide bevorderen. Die informatie kan dienen als uitgangspunt voor beleid, strategieën en programma’s om deze wreedheden tegen te gaan.

Deze documenten bieden informatie en aanbevelingen voor docenten die de Holocaust, genocide en misdaden tegen de menselijkheid via een vergelijkende benadering in hun lessen willen behandelen. Het betreft de volgende documenten:

Een toelichting op de ratio van een vergelijkend onderzoek, waarin de Holocaust naast andere volkerenmoorden en misdaden tegen de menselijkheid wordt geplaatst, inclusief een overzicht van potentiële valkuilen. 

  • Een verkenning van de verbanden tussen de termen ‘Holocaust’, ‘genocide’, o ‘oorlogsmisdaden’ en ‘misdaden tegen de menselijkheid’.
     
  • Een inleiding op de oorsprong van de term genocide (bedacht door Raphael Lemkin tijdens de Tweede Wereldoorlog), de opname daarvan in het internationaal recht en een aantal alternatieve definities die door wetenschappers zijn aangedragen.
     
  • Een overzicht van ontwikkelingen in het internationaal recht en internationale instellingen gericht op het voorkomen en bestraffen van misdaden tegen de menselijkheid.
     
  • Aanbevolen websites met meer informatie en advies voor wie zich verder wil verdiepen in genocide.

Verder wordt er gewerkt aan een nieuw onderdeel met een overzicht van belangrijke content die in aanmerking genomen moet worden bij het plannen en verzorgen van een onderwijsprogramma waarin de Holocaust in verband wordt gebracht met andere genocides en misdaden tegen de menselijkheid.

Waarom de Holocaust vergelijken met andere genocides en misdaden tegen de menselijkheid?

In veel lesprogramma’s wordt uitgebreid aandacht besteed aan de Holocaust. Tegelijkertijd leeft onder veel docenten en leerlingen de opvatting dat ook andere, soortgelijke gebeurtenissen in het onderwijs behandeld moeten worden. De kennis over andere genocides is vaak echter beperkt. Er zijn in sommige gevallen maar weinig onderzoeksrapporten en getuigenverklaringen beschikbaar (of toegankelijk) voor docenten, en die informatie is bovendien vaak politiek gekleurd. De vraag is dan ook of leerlingen wel echt iets kunnen opsteken van een vergelijking tussen de Holocaust en andere genocides. In deze bijlage geven we verschillende belangrijke redenen waarom een vergelijkende benadering toch waardevol kan zijn. Verder wijzen we op een aantal lastige problemen en noemen we ter afsluiting enkele argumenten die juist geen goed motief of uitgangspunt voor een vergelijkende aanpak zijn. 

Waarom de Holocaust vergelijken met andere genocides en misdaden tegen de menselijkheid? 

 

  1. De Holocaust wordt vaak gezien als de oorsprong van het beeld dat wij hebben bij de term ‘genocide’. Die term werd bedacht tijdens de Tweede Wereldoorlog, vooral als verwijzing naar de misdaden van de nazi’s en hun collaborateurs. De Holocaust kan dus dienen als uitgangspunt en basis voor onderzoek naar genocide.
     
  2. Een vergelijking van de Holocaust met andere genocides en misdaden tegen de menselijkheid verdiept niet alleen ons inzicht in de overeenkomsten tussen dit soort gebeurtenissen, maar ook in de cruciale verschillen. Juist dit kan bijdragen aan het begrip van de specifieke historische betekenis van de Holocaust. Zo zal bovendien blijken dat onderzoek naar de Holocaust ook ons inzicht in andere genocides kan bevorderen. Andersom kan meer kennis over andere genocides ook ons begrip van de Holocaust verdiepen.
     
  3. Vergelijking van de Holocaust met andere genocides en misdaden tegen de menselijkheid kan gemeenschappelijke patronen en processen aan het licht brengen in de ontwikkeling van situaties die tot genocide leiden. Dit begrip van de processen van genocide en van de verschillende stadia en signalen die we daarbij kunnen onderscheiden, draagt hopelijk bij aan het voorkomen van toekomstige genocides.
     
  4. Het is van belang dat leerlingen een goed begrip hebben van de betekenis van de Holocaust voor de ontwikkeling van het internationaal recht, van internationale straftribunalen en van pogingen van de internationale gemeenschap op te treden tegen genocide in de moderne wereld.
     
  5. Door de Holocaust met andere genocides te vergelijken kunnen jongeren worden gewezen op het potentiële gevaar van genocide en misdaden tegen de menselijkheid in onze eigen tijd. Wellicht vergroot dit hun bewustzijn van de taken en verantwoordelijkheden in de wereldgemeenschap die op hun schouders rusten.
     
  6. Vergelijking van de Holocaust met andere genocides kan bijdragen aan de erkenning van die andere genocides.
     
  7. Kennis van de Holocaust biedt ook inzicht in de mogelijkheden voor mensen in andere samenlevingen om een genocide te verwerken, en laat zien hoe een gemeenschap kan reageren op genocide en hoe overlevenden met hun ervaringen kunnen leren leven.
     
  8. De nationale geschiedenis van een land kan reden zijn om de Holocaust met een andere genocide te vergelijken, bijvoorbeeld omdat die genocide een grote rol speelt in het collectieve geheugen van dat land.

We moeten ons echter realiseren dat een dergelijke vergelijkende benadering ook veel haken en ogen kent. Met name de volgende valkuilen moeten vermeden worden:

  1. Een vergelijking tussen twee afzonderlijke historische gebeurtenissen is moeilijk als ze niet zorgvuldig in hun historische context worden geplaatst en vereist een goed begrip van beide gebeurtenissen. Dit is met name een probleem vanwege het ontbreken van onderwijsmateriaal waarin de Holocaust daadwerkelijk met andere genocides wordt vergeleken.
     
  2. De verschillen tussen historische gebeurtenissen zijn even belangrijk en betekenisvol als hun overeenkomsten. We moeten ervoor waken dat we de Holocaust gelijkstellen aan de genocides waarmee zij wordt vergeleken en dat we Holocaust of die andere genocides niet bagatelliseren.
     
  3. We moeten rekening houden met het verschil tussen enerzijds het vergelijken van genocides, hetgeen mogelijk en ook legitiem is, en anderzijds van het lijden van individuele slachtoffers of groepen slachtoffers, hetgeen niet mogelijk of legitiem is. We moeten ervoor waken een hiërarchie van lijden aan te brengen, of afbreuk te doen aan de waarde van vergelijkend onderzoek onder invloed van politieke of maatschappelijke agenda’s of concurrerende herinneringen.

Het is belangrijk dat wij ons goed realiseren wat de ratio is achter een vergelijking tussen de Holocaust en andere genocides. Zo’n vergelijking kan ook voortkomen uit motieven of strategieën die niet zinvol zijn en absoluut vermeden moeten worden. Enkele voorbeelden:

  1. De koppeling met andere genocides wordt aangebracht om bepaalde aspecten van het eigen nationale verleden te verdoezelen, zoals de collaboratie met nazi-Duitsland tijdens de Holocaust.
     
  2. De Holocaust wordt beschouwd als een politiek machtsmiddel in het huidige politieke bedrijf, en de koppeling met de Holocaust wordt ingegeven door politieke overwegingen.
     
  3.  De koppeling met andere genocides wordt gemaakt om de betekenis van de Holocaust te bagatelliseren.

 Deze documenten zijn samengesteld met een informatief doel. Standpunten en uitspraken zijn ontleend aan experts. De documenten, noch de standpunten of meningen in deze documenten vertegenwoordigen de positie van de Taskforce for International Cooperation on Holocaust Education, Remembrance and Research (ITF) of van één van de lidstaten van de ITF.

Verbanden tussen de termen ‘Holocaust’, ‘genocide’, ‘oorlogsmisdaden’ en ‘misdaden tegen de menselijkheid’

In het algemeen taalgebruik, van debatten in de media tot gewone discussies, worden voor grootschalige gruweldaden vaak verschillende termen – ‘misdaden tegen de menselijkheid’, ‘oorlogsmisdaden’, ‘genocide’ en ‘Holocaust’ – door elkaar gebruikt, wat de indruk kan wekken dat ze hetzelfde betekenen. Hoewel deze termen vaak in dezelfde context worden gebruikt en soms inderdaad verwant zijn aan elkaar, hebben ze elk een zeer specifieke, afzonderlijke betekenis. Drie van deze termen – misdaden tegen de menselijkheid, genocide en oorlogsmisdaden – zijn niet alleen afzonderlijke concepten in het academische discours, maar ook afzonderlijke juridische categorieën die elk zeer nauw omschreven zijn. 

Voor een helder begrip en een zuivere discussie is het van belang dat docenten het verschil in betekenis tussen deze termen aan de leerlingen duidelijk maken.

Misdaden tegen de menselijkheid zijn wijdverbreide of systematische aanvallen op de burgerbevolking, ongeacht of het onderdanen zijn of niet en ongeacht of de aanvallen in oorlogstijd of in vredestijd plaatsvinden. Het kan bij deze aanvallen gaan om moord, uitroeiing, gedwongen deportatie van de bevolking, slavernij, verkrachting, marteling en andere onmenselijke daden. Bij misdaden tegen de menselijkheid gaat het vooral om schending van de mensenrechten en algemene waarden. In het internationaal recht is het bovendien een overkoepelende categorie die zowel ‘oorlogsmisdaden’ als ‘genocide’ omvat. 

Oorlogsmisdaden zijn misdaden die worden gepleegd tijdens een gewapend conflict. Deze term verwijst naar ernstige schendingen van de regels van oorlogsvoering. Die regels zijn neergelegd in een aantal internationale verdragen en met name in de Verdragen van Genève. Deze regels van oorlogsvoering zijn bedoeld om burgers, vrouwen, kinderen, krijgsgevangenen en zieke of gewonde militairen tijdens gewapende conflicten te beschermen. Handelingen als marteling, vernietiging van eigendommen en het doden van burgers of gijzelaars kunnen als oorlogsmisdaden worden omschreven. Dat geldt ook voor de willekeurige vernietiging van dorpen en steden of iedere andere vorm van vernieling die niet door een militaire noodzaak wordt gerechtvaardigd. Oorlogsmisdaden worden gepleegd als onderdeel van een grootschaligere politieke of militaire champagne.

Genocide verwijst naar de gecoördineerde en geplande vernietiging van een groep mensen (volgens de definitie van die “groep” door de daders). Hoewel genocide vrijwel altijd gepaard gaat met massamoord geldt deze misdaad als een poging om de groep te vernietigen, niet noodzakelijkerwijs om ieder lid van die groep te vermoorden. Genocide wordt ook wel ‘de grootste aller misdaden’ genoemd. Anderen noemen genocide de ultieme misdaad tegen de menselijkheid vanwege het doel een deel van de mensheid uit te roeien.

Het Verdrag inzake de voorkoming en bestraffing van genocide van de VN uit 1948 geeft een definitie van genocide. Volgens dat verdrag geldt een handeling als genocide als ze wordt begaan “met het opzet een nationale, etnische, raciale of religieuze groep geheel of gedeeltelijk te vernietigen”. Dit is weliswaar de juridische definitie, maar de term genocide werd al voor het Verdrag uit 1948 gebruikt en weinig onderzoekers zijn tevreden met deze definitie, deels omdat het in de praktijk lastig is “opzet” te bewijzen. Al decennialang ontwikkelen en bespreken wetenschappers allerlei alternatieve definities van het begrip ‘genocide’, vaak met het oogmerk de lijst van groepen zoals opgenomen in de VN-definitie uit te breiden. (Zie het aanvullende document met de titel Definities van genocide voor enkele voorbeelden.)

 

De Holocaust, het programma van de nazi’s om tijdens de Tweede Wereldoorlog alle Europese joden uit te roeien, geldt heden ten dage als genocide. Tijdens het Proces van Neurenberg, kort na het einde van de oorlog, stonden de verdachten evenwel niet terecht wegens het misdrijf van genocide maar wegens agressie, oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en andere misdrijven (de reden hiervoor is dat genocide als misdrijf pas in 1948 met het VN- Verdrag inzake de voorkoming en bestraffing van genocide in het internationaal recht werd opgenomen).                      

De Holocaust wordt vaak het ultieme voorbeeld van genocide genoemd en fungeert inderdaad op verschillende manieren als maatstaf voor andere genocides. Dat komt onder meer doordat:

  • de term ‘genocide’ in de tijd vóór de Holocaust nog niet bestond. Hij werd in 1943/44 bedacht door de Pools-Joodse jurist Raphael Lemkin als reactie op de misdrijven van de nazi’s;
  • de Holocaust een extreme vorm van genocide was, waarmee beoogd werd een bevolkingsgroep te vernietigen door te pogen ieder afzonderlijk lid van die groep te vermoorden;
  • de Holocaust goed gedocumenteerd en onderzocht is en er ook veel over gepubliceerd is;
  • de Holocaust wordt beschouwd als een keerpunt in de wereldgeschiedenis;
  • het effect van de Holocaust op de hedendaagse westerse samenleving enorm is, aangezien ze plaatsvond in het hart van Europa;
  • andere genocides, vanwege de duidelijke positie van de Holocaust in het collectieve geheugen, vaak worden beschouwd en geduid in het licht van ons begrip van de Holocaust.           

Hoe verhouden deze termen zich tot elkaar?         

In het internationaal recht kunnen misdaden tegen de menselijkheid worden gezien als een overkoepelende categorie internationale misdaden. Deze categorie omvat de volgende begrippen: 

-Genocide

-Oorlogsmisdaden

-Agressie

Genocide verschilt van andere misdaden tegen de menselijkheid vanwege het oogmerk een bepaalde bevolkingsgroep geheel of gedeeltelijk te vernietigen. Dat specifieke kenmerk is geen vereiste voor andere misdaden tegen de menselijkheid.

Sommige misdaden tegen de menselijkheid, zoals dwangarbeid, de massamoord op burgers, de inbeslagname van eigendommen en deportatie – kunnen de aanzet zijn tot genocide of er gelijktijdig mee plaatsvinden. Die misdaden hoeven echter niet tot genocide te leiden en maken er ook niet altijd deel van uit.

De Holocaust is de naam voor één specifiek geval van genocide: de poging van de nazi’s en hun collaborateurs om het joodse volk te vernietigen. Andere genocides die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s zijn begaan, zijn die op Polen en Roma. Dit waren allemaal pogingen om een bevolkingsgroep te vernietigen en ze gingen allemaal vergezeld van massamoord. De genocide op het joodse volk echter kende haar weerga niet vanwege de grondige aanpak: de nazi’s poogden de joden uit te roeien tot de laatste man, de laatste vrouw en het laatste kind. Hoewel die poging tot een totale massamoord een onderscheidend kenmerk is van de Holocaust, moeten we ons realiseren dat dit niet valt onder de definitie van genocide. Genocide wordt gedefinieerd als het opzet een groep te vernietigen, zonder noodzakelijkerwijs ieder afzonderlijk lid van die groep te willen vermoorden. De Holocaust is dus een extreem voorbeeld van genocide en mag niet als maatstaf voor de definitie van genocide worden gebruikt, als extreem criterium waar andere misdrijven aan moeten voldoen om onder het internationaal recht als genocide te worden aangemerkt en bestraft.        

Definities van genocide

Enkele voorbeelden van bestaande definities

De term ‘genocide’ is in de Tweede Wereldoorlog bedacht door de jurist Raphael Lemkin om te verwijzen naar de opzettelijke vernietiging van nationale groepen op basis van hun collectieve identiteit. Lemkin wilde aan de hand van deze term een internationaal rechtskader opzetten voor het voorkomen en bestraffen van hetgeen de Britse premier Winston Churchill “een misdaad zonder naam” had genoemd. De poging van Lemkin was bijzonder succesvol: al in 1948 waren de Verenigde Naties zover dat het VN-Verdrag inzake de voorkoming en bestraffing van genocide kon worden opgesteld. 

Artikel II van dit verdrag uit 1948 geeft de internationale juridische definitie van de misdaad van genocide. 

Artikel II: In dit verdrag wordt onder genocide verstaan één van de volgende handelingen, gepleegd met het opzet om een nationale, etnische of godsdienstige groep, dan wel een groep, behorende tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk als zodanig te vernietigen:

  1.    het doden van leden van de groep;
  2.    het toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel aan leden van de groep;
  3.    het opzettelijk aan de groep opleggen van levensvoorwaarden die gericht zijn op haar gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging;
  4.    het nemen van maatregelen, bedoeld om geboorten binnen de groep te voorkomen;
  5.    het gewelddadig overbrengen van kinderen van de groep naar een andere groep.

Hoewel benadrukt moet worden dat dit vooralsnog de enige juridische definitie van genocide is, moet ook worden opgemerkt dat slechts weinig wetenschappers deze definitie onderschrijven. Zij vinden de lijst van potentiële slachtoffergroepen te beperkt of de eis dat bewijs van opzet moet worden geleverd, te zwaar. Hieronder volgen een aantal alternatieve definities die sindsdien zijn aangedragen.

In Genocide: A Comprehensive Introduction geeft Adam Jones de volgende selectie van wetenschappelijke definities van genocide, die voor zowel docenten als leerlingen de moeite van het overwegen waard zijn. Enkele wetenschappers komen meerdere keren voor in dit overzicht, waaruit blijkt dat ideeën blijven evolueren in deze discussie die nog steeds voortduurt.

Peter Drost (1959) 

Genocide is de moedwillige vernietiging van het fysieke leven van individuele mensen vanwege het feit dat zij deel uitmaken van een collectief van mensen als zodanig.

Vahakn Dadrian (1975)

Genocide is de succesvolle poging van een dominante groep die bekleed is met formele bevoegdheden en/of beschikt over overwegende toegang tot de algemene machtsmiddelen door middel van dwang of dodelijk geweld het aantal leden te verminderen van een minderheidsgroep waarvan de uiteindelijke en blijvende uitroeiing wenselijk en nuttig wordt geacht en waarvan de kwetsbaarheid in sterke mate bijdraagt aan het besluit tot genocide.

Irving Louis Horowitz (1976)

[Genocide is] een structurele en systematische vernietiging van onschuldigen door een bureaucratisch staatsapparaat. . . . Genocide staat voor een systematische inspanning om in de loop der tijd een nationale bevolkingsgroep – veelal een minderheid – uit te roeien . . . [en] fungeert als fundamenteel politiek beleid om de conformiteit en participatie van de bevolking zeker te stellen. 

Leo Kuper (1981)

Ik zal de definitie van genocide aanhouden zoals die wordt gegeven in het Verdrag [van de VN]. Dat betekent niet dat ik die definitie onderschrijf. Integendeel, het feit dat politieke groepen niet in de lijst van beschermde groepen zijn opgenomen beschouw ik als een ernstige omissie. In de wereld van vandaag zijn politieke verschillen een minstens zo significante basis voor massamoord en uitroeiing als raciale, nationale, etnische of godsdienstige verschillen. Sterker nog, genocide op raciale, nationale, etnische of godsdienstige groepen is over het algemeen een gevolg van, of nauw verbonden met, politieke conflicten. Het lijkt mij echter niet zinvol nieuwe definities van genocide op te stellen nu we beschikken over een internationaal erkende definitie en een Verdrag inzake de voorkoming en bestraffing van genocide dat wellicht de grondslag gaat vormen voor een aantal effectieve maatregelen, hoe beperkt het onderliggende concept ook moge zijn. Om aan de waarde van de analyse evenwel geen afbreuk te doen, zal ik echter ook vrijelijk verwijzen . . . naar maatregelen tot liquidatie of uitroeiing van politieke groepen. 

Jack Nusan Porter (1982)  

Genocide is de opzettelijke vernietiging, geheel of gedeeltelijk, van een raciale, seksuele, godsdienstige, tribale of politieke minderheid door een regering of haar instanties. Daarbij hoeft niet alleen sprake te zijn van massamoord, maar zij kan ook gepaard gaan met uithongering, gedwongen deportatie en politieke, economische en biologische onderwerping. Genocide omvat drie belangrijke componenten: ideologie, technologie en bureaucratie/organisatie.

Yehuda Bauer (1984)

[Genocide is] de geplande vernietiging, sinds het midden van de negentiende eeuw, van een raciale, nationale of etnische groep als zodanig en wel op de volgende wijze: (a) selectieve massamoord van elites of delen van de bevolking; (b) eliminatie van de nationale (raciale, etnische) cultuur en godsdienst met het oog op “denationalisatie”; (c) onderwerping, met hetzelfde oogmerk; (d) vernietiging van het nationale (raciale, etnische) economische leven, met hetzelfde oogmerk; (e) biologische decimering door het ontvoeren van kinderen of het voorkomen van een normaal gezinsleven, met hetzelfde oogmerk. . . . [Holocaust is] de geplande fysieke uitroeiing, om ideologische of pseudogodsdienstige redenen, van alle leden van een nationale, etnische of raciale groep. 

John L. Thompson en Gail A. Quets (1987)

Genocide is de mate van vernietiging van een sociaal collectief met welke instrumenten en welk oogmerk dan ook, door middel van doelbewuste maatregelen die niet vallen onder de erkende conventies van legitieme oorlogsvoering.

Isidor Wallimann en Michael N. Dobkowski (1987)

Genocide is de opzettelijke en georganiseerde vernietiging, geheel of grotendeels, van raciale of etnische groepen door een regering of haar instanties. Daarbij hoeft niet alleen sprake te zijn van massamoord maar zij kan ook gepaard gaan met gedwongen deportatie (etnische zuivering), systematische verkrachting en economische en biologische onderwerping.

Henry Huttenbach (1988)

Genocide is iedere handeling die het voortbestaan zelf van een groep in gevaar brengt.

Helen Fein (1988)

Genocide is een reeks doelbewuste handelingen door een of meerdere actoren ter vernietiging van een gemeenschap door middel van massamoord of selectieve moord op leden van de groep en maatregelen tegen de biologische en sociale reproductie van die gemeenschap. Dit kan worden bewerkstelligd door het opleggen van reproductieverboden of -beperkingen aan leden van de groep, het doen stijgen van de kindersterfte en het verbreken van de koppeling tussen reproductie en socialisering van kinderen in hun gezin of groep van herkomst. De dader kan de staat van het slachtoffer zijn, een andere staat of een andere gemeenschap.

Frank Chalk en Kurt Jonassohn (1990)

Genocide is een vorm van eenzijdige massamoord waarbij een staat of andere autoriteit voornemens is een specifieke groep te vernietigen, waarbij zowel die groep als het lidmaatschap daarvan door die staat wordt gedefinieerd.

Helen Fein (1993)

Genocide is een aanhoudende en doelbewuste actie om een gemeenschap rechtstreeks dan wel indirect, via een verbod op de biologische en sociale reproductie van de leden van die groep, fysiek te vernietigen, hetgeen ook wordt voortgezet wanneer het slachtoffer zich overgeeft of überhaupt geen bedreiging vormt.

Steven T. Katz (1994)

[Genocide is] de verwezenlijking van het voornemen een nationale, etnische, raciale, godsdienstige, politieke, sociale, of economische groep of vanwege het geslacht in zijn geheel te vermoorden, zoals die groep door de dader wordt gedefinieerd, met welke middelen dan ook en ongeacht het succes waarmee dat voornemen ten uitvoer wordt gebracht. (NB. In 2000 door Adam Jones als volgt gewijzigd: “in zijn geheel of grotendeels te vermoorden...”)

Israel Charny (1994)

Genocide in de generieke betekenis verwijst naar de massamoord op grote aantallen mensen, buiten het verloop van militaire handelingen tegen de strijdkrachten van een verklaard vijand en waarbij het slachtoffer zich in principe niet kan verdedigen.

Irving Louis Horowitz (1996)

Genocide wordt hierbij gedefinieerd als een structurele en systematische vernietiging van onschuldige mensen door een bureaucratisch staatsapparaat... Genocide betekent de fysieke ontwrichting en eliminatie van mensen op grote schaal, een poging van de machthebbers om een onderworpen volk totaal uit te roeien. (NB. Horowitz is voorstander van een “zorgvuldig onderscheid tussen de *joodse+ Holocaust en genocide”; hij verwijst ook naar “het verschijnsel massamoord, waarmee de term genocide synoniem is”.)

Barbara Harff (2003)

Genocide en politicide is het bevorderen, uitvoeren en/of impliciet instemmen met een aanhoudend beleid van de regerende elite of haar instanties – of in geval van een burgeroorlog, van een van de twee strijdende autoriteiten – waarmee wordt beoogd een gemeenschap, een politieke groep of een gepolitiseerde etnische groep geheel of gedeeltelijk te vernietige

Het voorkomen en bestraffen van misdaden tegen de menselijkheid

De bestraffing van nazimisdaden – een keerpunt in het internationaal strafrecht

Het fundament voor de ontwikkeling van het internationaal strafrecht werd gelegd door de processen en uitspraken van de internationale militaire tribunalen van Neurenberg en Tokio na de Tweede Wereldoorlog. Sinds de Vrede van Westfalen in 1648 gold de doctrine van niet- inmenging in de aangelegenheden van andere landen. Nu echter, zo’n driehonderd jaar later, vond men de misdaden die de nazi’s, hun bondgenoten en collaborateurs hadden gepleegd zo gruwelijk dat ze als misdaden tegen de menselijkheid te boek kwamen te staan: misdaden die berecht konden worden door de eerste internationale straftribunalen uit de geschiedenis. 

Deze processen, die over de hele wereld werden gevolgd, toonden aan dat, voor het eerst in de geschiedenis, ieder persoon, ongeacht zijn rang, ter verantwoording kon worden geroepen voor misdrijven onder het internationaal recht en daarvoor op internationaal niveau vervolgd kon worden. Zo werden tijdens de processen van Neurenberg belangrijke Duitse oorlogsmisdadigers, onder wie hooggeplaatste overheidsfunctionarissen en kopstukken van het naziregime, aangeklaagd wegens misdrijven onder het internationaal recht. Zij werden beschuldigd van samenzwering (vanwege het plannen van de expansieoorlogen van nazi- Duitsland), misdrijven tegen de vrede (vanwege het binnenvallen van andere landen die geen bedreiging vormden), oorlogsmisdaden (vanwege de gruweldaden die tegen de burgers van bezette landen en tegen krijgsgevangenen waren gepleegd) en misdaden tegen de menselijkheid (met name de misdaden tijdens de Holocaust – de massamoord op het Europese jodendom). 

De processen van Neurenberg waren van groot belang, niet alleen voor de ontwikkeling van het internationaal humanitair recht, maar ook voor het recht inzake de strafrechtelijke aansprakelijkheid van individuen: het was voor het eerst dat misdrijven van internationale omvang en gepleegd als onderdeel van het beleid van een staat door een internationaal tribunaal werden berecht. 

De juridische definitie van het afzonderlijke misdrijf genocide in 1948 betekende een volgende fase in de ontwikkeling van het internationaal strafrecht. Het VN-Verdrag inzake de voorkoming en bestraffing van genocide was een rechtstreekse reactie op de misdrijven die door de nazi’s en hun collaborateurs waren gepleegd.

Wat is de rol van het Internationaal Strafhof en andere internationale tribunalen?

Na de oprichting van het Tribunaal van Neurenberg en dat van Tokio en de opstelling van het VNVerdrag inzake de voorkoming en bestraffing van genocide duurde het geruime tijd voordat er verdere stappen werden gezet in de ontwikkeling en handhaving van het internationaal strafrecht. Die stappen waren echter wel van grote betekenis. Naar aanleiding van grootschalige schendingen van de mensenrechten en bij wijze van maatregel om de internationale vrede en veiligheid te herstellen werden door de VN-Veiligheidsraad in 1993 het Joegoslavië-tribunaal (ICTY) en in 1994 het Rwanda tribunaal (ICTR) opgericht. De oprichting van deze tribunalen – en vervolgens van andere gerechtelijke instanties voor Sierra Leone, Cambodja en Libanon – gaf blijk van de groeiende overtuiging binnen de internationale gemeenschap dat dergelijke misdrijven niet langer getolereerd konden worden. 

Aangezien voor ieder specifiek geval echter een afzonderlijke instantie in het leven werd geroepen, was de reikwijdte van elk van die instanties beperkt. De wens te beschikken over een tribunaal dat bevoegd is misdrijven tegen het internationaal recht te berechten ongeacht de locatie waar ze waren gepleegd, leidde in 1998 tot de oprichting van het Internationaal Strafhof (ICC). Het ICC is inmiddels door meer dan 110 landen erkend en heeft momenteel diverse zaken en onderzoeken in behandeling. Het heeft zich ontwikkeld tot een belangrijk instrument om te voorkomen dat de plegers van gruweldaden en grootschalige misdrijven aan gerechtelijke vervolging en bestraffing ontkomen.

Hoe gaan deze internationale gerechtelijke instanties te werk?

Het Joegoslavië-tribunaal en het Rwanda-tribunaal zijn beide bevoegd mensen te vervolgen wegens ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht. Hieronder vallen ook misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en genocide. Deze tribunalen hebben inmiddels veel mensen berecht die beschuldigd werden van genocide en hebben op dit gebied belangrijke arresten gewezen. Staten zijn verplicht met het desbetreffende internationale tribunaal samen te werken bij het onderzoek en de vervolging van personen die worden beschuldigd van ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht. 

De tribunalen zijn opgericht door de VN-Veiligheidsraad uit hoofde van de bevoegdheid de vrede te handhaven en zowel militaire als niet-militaire maatregelen te treffen teneinde "de internationale vrede en veiligheid te herstellen". De besluiten van de VN-Veiligheidsraad zijn juridisch bindend voor alle lidstaten van de VN. De plicht van iedere natiestaat met deze tribunalen samen te werken heeft voorrang boven alle andere verplichtingen en omvat het uitvoeren van arrestatiebevelen, het uitleveren van verdachten en toegang bieden tot bewijsmateriaal. 

Het Internationaal Strafhof is bovendien bevoegd zaken in behandeling te nemen die op internationaal niveau tot de ernstigste van alle misdrijven behoren: genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden. Recentelijk is ook besloten het misdrijf agressie te scharen onder het mandaat van het ICC, maar dit moet nog worden bekrachtigd. 

Landen die zich bij het ICC hebben aangesloten zijn verplicht volledige medewerking te verlenen aan het hof bij het onderzoek naar en de vervolging van misdrijven. Die verplichting geldt universeel wanneer een zaak door de Veiligheidsraad aan het ICC wordt voorgelegd. Het ICC treedt uitsluitend op indien een zaak niet binnen het kader van een nationaal rechtsstelsel wordt onderzocht of vervolgd, of indien de nationale rechtsgang niet toereikend is. Bovendien berecht het ICC uitsluitend personen die van de ernstigste misdrijven worden beschuldigd. In dit opzicht is het ICC niet alleen de gerechtelijke instantie in laatste aanleg, maar draagt het ook bij aan versterking van nationale maatregelen op basis waarvan personen ter verantwoording geroepen kunnen worden voor internationale misdrijven. 

Is er dan niets veranderd? 

Wanneer leerlingen zich verdiepen in de geschiedenis van de Holocaust besteden zij vaak ook aandacht aan recentere of actuele gevallen van genocide en misdaden tegen de menselijkheid overal ter wereld. Daarbij kan het gevoel gaan overheersen dat er niets is veranderd. Hoewel de wereld nog steeds door dit soort misdaden wordt geteisterd en de mechanismen om ze te voorkomen nog niet effectief genoeg zijn, heeft er echter wel degelijk een enorme verandering plaatsgevonden in de manier waarop de internationale gemeenschap deze gruweldaden beoordeelt en erop reageert. 

De internationale gerechtshoven en tribunalen zijn belangrijke instrumenten in de strijd tegen straffeloosheid en ter voorkoming van toekomstige schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht. Ze dragen sterk bij aan het gevoel onder de slachtoffers en getroffen gemeenschappen dat het recht uiteindelijk zegeviert en bevorderen maatregelen ter verzoening van de partijen op nationaal niveau. Bovendien hebben dergelijke instanties inmiddels een aanzienlijk afschrikwekkend effect gekregen. 

In veel zaken die inmiddels afgerond zijn is ten overstaan van de internationale gemeenschap aangetoond dat als het om de ernstigste misdrijven gaat ook de hoogste politieke en militaire leiders kunnen worden aangeklaagd, ongeacht hun eventuele onschendbaarheid.

Meer informatie over genocide

Handige links voor nadere informatie en advise 

Informatie en educatie

Het United States Holocaust Memorial Museum biedt historische informatie over de Holocaust, recente gevallen van genocide en advies voor docenten. http://www.ushmm.org/

Human Rights Watch online discussies over een geografisch geordend scala van onderwerpen op het gebied van mensenrechten. http://www.hrw.org 

De mensenrechtenpagina van de VN geeft een overzicht van beleid en verdragen op het gebied van mensenrechten. http://www.un.org/rights/ 

Web Genocide Documentation Centre Naast documenten over specifieke genocides biedt deze website ook informatie over wetgeving omtrent genocide. http://www.ess.uwe.ac.uk/genocide.htm 

Genocide Watch biedt een overzicht van verschillende genocides sinds 1945. http://www.genocidewatch.org/genocidetable2005.htm

Preventie en activism

Prevent Genocide International biedt naast informatie over genocide in het heden en het verleden ook suggesties om actief bij te dragen aan de strijd tegen genocide. http://www.preventgenocide.org/ 

The Aegis Trust (http://www.aegistrust.org/) voert campagne tegen misdaden tegen de menselijkheid en genocide en is actief op het gebied van onderzoek, beleidsvorming, onderwijs, herdenking, mediavoorlichting, campagnes en humanitaire steun voor slachtoffers. 

Genocide Intervention http://www.genocideintervention.net/index.php 

Genocide (http://www.ppu.org.uk/genocide/) biedt informatie voor docenten, leerlingen en hun ouders. 

The Genocide Prevention Project http://www.preventorprotect.org/&gt

Genocide Prevention Task Force http://www.usip.org/programs/initiatives/genocideprevention-task-force

Websites gericht op specifieke misdaden tegen de menselijkheid

Amerikaanse indianen: http://www.nmai.si.edu/

Armenië: http://www.armenian-genocide.org/ 

Bosnië: http://www.cco.caltech.edu/~bosnia/ 

Cambodja: http://www.yale.edu/cgp

Oost-Timor: http://www.yale.edu/gsp/east_timor/

Rwanda: http://www.hrw.org/reports/1999/rwanda/ 

Soedan: http://www.darfurgenocide.org/ 

Oekraïne: http://www.infoukes.com/history/famine/index.html