Welke lesinhoud over de Holocaust?

De Aanbevelingen hebben als doel om begrip over de Holocaust te vergroten. Dit gebeurt door vragen te stellen over: de historische context, de schaal en omvang, de redenen waarom en hoe het kon gebeuren.

De complete tekst van de IHRA Aanbevelingen voor lesgeven en leren over de Holocaust kunt u hier downloaden.

De thema’s die aan bod komen bij lesgeven en leren over de Holocaust zijn afhankelijk van de nationale en lokale context. Het is vooral belangrijk om voldoende tijd voor dit lesprogramma in te ruimen. Bij lesgeven over de Holocaust moet voldoende ruimte beschikbaar zijn om in elk geval de volgende vragen aan bod te laten komen.

  • Wat waren de historische omstandigheden en de belangrijkste fasen in het proces van deze genocide?
  • Waarom en op welke wijze hebben mensen deelgenomen of zijn ze medeplichtig geworden aan deze misdaden?
  • Hoe reageerden Joden op de vervolging en de massamoord?
  • Waarom en op welke wijze hebben sommige mensen zich tegen deze misdaden verzet?

Lees meer over de Aanbevelingen voor lesgeven en leren over de Holocaust.

De kwesties en vragen die in dit hoofdstuk aan bod komen, zijn niet bedoeld als een uitputtende opsomming, maar veeleer als kernleerdoelen en -inhouden. Houdt er rekening mee dat het belang van de Holocaust in de loop van de tijd zal veranderen; vragen die nu niet relevant lijken, kunnen in de toekomst zeer belangrijk worden. Met dit belangrijke voorbehoud in het achterhoofd worden docenten aangemoedigd leerlingen te helpen de problemen en vragen die volgen te onderzoeken.

Lees andere uittreksels van de Aanbevelingen hier:

Wat te doceren: historische kerninhoud

Holocaust education, man looks at posters
Photo by Luis Paredes

De Holocaust was de door de staat gestuurde systematische vervolging van en moord op Joden door nazi-Duitsland en zijn collaborateurs tussen 1933 en 1945. Deze genocide vond plaats op het hele continent. De genocide had een verwoestende impact op gemeenschappen en culturen.

2.1 SCHAAL EN OMVANG VAN DE HOLOCAUST

Leerlingen moeten weten en begrijpen dat de Holocaust een genocide was die plaatsvond op het hele continent waarbij vele mensen werden vermoord. De genocide had een verwoestende impact op gemeenschappen en eeuwenoude Europese cultuur.

2.2 WAAROM EN HOE KON DIT GEBEUREN?

Leerlingen moeten de kans krijgen om te onderzoeken waarom en hoe de Holocaust kon gebeuren, waaronder:

  • Wat waren de belangrijkste fasen, keerpunten en beslissingen in het proces van de genocide?
  • Op welke wijze en waarom namen mensen deel aan deze misdaden, maakten ze zich er schuldig aan of werden ze medeplichtig?
  • Hoe reageerden Joden op de vervolging en de massamoord?

2.3 CONTEXTEN EN ONTWIKKELINGEN

Om te begrijpen hoe de Holocaust kon gebeuren, is onderzoek vanuit verschillende perspectieven en in de context van een verscheidenheid aan processen nodig, waarbij de volgende vragen als uitgangspunt dienen. Het opnemen van verbanden tussen en het onderzoeken van de nationale en lokale contexten is in het hele proces van belang.

2.3.1 Voorbodes van de Holocaust

  • Wat was Europees anti-judaïsme en hoe verhield het zich tot de christelijke leer?
  • Hoe heeft het antisemitisme en het rassendenken zich in de negentiende eeuw ontwikkelden hoe verhield het zich tot nationalistische ideologieën?
  • Welke invloed hadden de Eerste Wereldoorlog en de politieke ontwikkelingen in Europa in het interbellum op de betrekkingen tussen Joden en niet-Joden?

2.3.2 De opkomst van de nazi’s, hun wereldbeeld, hun rassenideologie en politieke praktijk

  • Op welke wijze en waarom richtten de nazi’s zich in hun propaganda en politiek op Joden en anderen?
  • Op welke wijze heeft de vestiging van de nationaalsocialistische dictatuur, met name de afschaffing van de grondrechten en de afschaffing van de rechtsstaat, de weg vrijgemaakt voor de Holocaust en hoe reageerde de Duitse samenleving op dit proces?
  • Op welke wijze richtten de nazi’s zich in de vooroorlogse periode met name op de rechten en eigendommen van Joden?
  • Hoe reageerde de wereld op de naziheerschappij en -politiek?

2.3.3 Het verloop en de ontwikkeling van de Holocaust tijdens de Tweede Wereldoorlog

  • Op welke wijze ‘radicaliseerden’ de nazi’s de Jodenvervolging nadat nazi-Duitsland de Tweede Wereldoorlog was begonnen en hoe werd dit beïnvloed door het verloop van de oorlog?
  • Waarom en op welke wijze organiseerden de nazi’s de onteigening van Joden en hoe heeft dit hun overlevingskansen beïnvloed?
  • Welke verschillende soorten getto’s waren er en hoe werden deze gebruikt om gemeenschappen te scheiden, te concentreren en te vervolgen?
  • Hoe hebben de mobiele doodseskaders (Einsatzgruppen) binnen een halfjaar na de Duitse inval in de Sovjet-Unie honderdduizenden Joden kunnen vermoorden?
  • Op welk moment besloten de nazi’s om alle Europese Joden te vermoorden?
  • Op welke wijze maakte de massamoord op mensen met een beperking de weg vrij voor de systematische moord op joden?
  • Hoe gebruikten de nazi’s de vernietigings- en andere kampen om de beoogde “definitieve oplossing van het ‘Joodse vraagstuk’” te realiseren?
  • Welke invloed hadden collaboratie en verzet op de vervolging in de met Duitsland geallieerde landen en in de bezette landen?
  • Welke rol speelde de nederlaag van nazi-Duitsland en zijn bondgenoten bij het beëindigen van de Holocaust?

2.3.4 Naoorlogse periode: directe nasleep

  • Voor welke uitdagingen stonden overlevenden van de Holocaust na de bevrijding? Op welke manier verschilde de situatie van Joodse overlevenden na de bevrijding van die van niet-Joodse slachtoffers van vervolging en oorlogsvoering?
  • Welke elementen van overgangsjustitie werden na het einde van het naziregime en de oorlog in Europa in werking gesteld? Op welke manier waren deze succesvol? Wat werd niet bereikt?

2.4 FUNDAMENTELE INZICHTEN

Leerlingen leren onderscheid maken tussen de verschillende massale wreedheden die de nazi’s en hun collaborateurs hebben begaan, waarbij elke gruweldaad eigen oorzaken en gevolgen heeft.

De volgende vragen kunnen daarbij gesteld worden:

  • Welke groepen werden het slachtoffer van nazivervolging en massamoord? Welke motieven lagen hieraan ten grondslag en wat waren de gevolgen?
  • Welk verband is er tussen de genocide op Joden en de andere wreedheden die de nazi’s en hun collaborateurs begingen, waaronder de genocide op Roma en Sinti?

2.4.1 Verantwoordelijkheid

Meer inzicht in de achtergronden van de Holocaust en de betekenis ervan voor de huidige samenleving maakt duidelijk dat Hitler en de nazi’s niet als enige verantwoordelijk waren. De volgende vragen kunnen aan bod komen:

  • Wie waren verantwoordelijk en medeplichtig en wat waren hun beweegredenen? Wat zijn de verschillen tussen verantwoordelijkheid en medeplichtigheid?
  • Bij de moorden waren overwegend mannen betrokken, maar welke ondersteunende rol speelden vrouwen en welke verantwoordelijkheid droegen ook vrouwen voor deze misdaden?
  • Welke rol speelde de lokale niet-Joodse en Joodse bevolking (inclusief helpen en collaboreren)?
  • Welke houding nam het grootste deel van de bevolking in de bezette landen aan ten aanzien van de vervolging van Joden?
  • Wie waren de individuen en groepen die het risico namen om Joden te helpen en te redden? Waarom deden zij dit? Wat verhinderde of ontmoedigde anderen om hetzelfde te doen?
  • Wat was er bekend over de vervolging van Joden en wanneer werd dat bekend?
  • Hoe reageerde de wereld op informatie over de vervolging van Joden?
  • Wat was bekend over de genocide op Roma en Sinti en waarom was er buiten de door de nazi’s bezette gebieden geen aandacht voor?
  • Welke maatregelen namen de geallieerden, neutrale landen, kerken en anderen om de slachtoffers van nazimisdaden te redden, en hadden ze meer kunnen doen?

2.4.2 De invloed van de slachtoffers

Het is van wezenlijk belang dat de Holocaust niet alleen wordt gezien vanuit het perspectief van de daders (historische documentatie, acties of beschrijvingen). Joden en andere slachtoffers dienen in historisch opzicht weergegeven te worden als individuen en gemeenschappen met hun eigen context en geschiedenis in plaats van enkel als passieve slachtoffers van massamoord. In de context van het vooroorlogse leven en hun plaats daarin, en de informatie die op dat moment beschikbaar was, hebben zij naar hun beste kunnen gereageerd op de misdaden. Dit betekent dat onderzoek gedaan kan worden naar:

Het leven vóór de oorlog

  • Hoe leefden Joden in hun land van herkomst en hoe werd hun leven beïnvloed door de vervolging door de nazi’s, hun bondgenoten en collaborateurs?

Reacties en verzet

  • Op welke manier isoleerden de nazi’s Joden van de rest van de maatschappij? Hoe reageerden Joden op dat isolement?
  • Wat waren de kenmerken van Joodse leiderschap, onderwijs, de gemeenschap, geloofsbeleving en cultuur tijdens de Holocaust?
  • In welke mate en op welke manier konden Joden verzet bieden? In hoeverre deden ze dat? Wat hield hen tegen of wat motiveerde hen bij deze handelingen en het nemen van deze beslissingen?
  • Op welke manier werden mannen, vrouwen en kinderen verschillend beïnvloed door de nazivervolging en hoe reageerden ze daarop?

2.4.3 Wat is de betekenis van de Holocaust in onze tijd?

Jongeren kunnen nadenken over de relevantie van de Holocaust in de huidige tijd. De volgende vragen zijn hierbij van belang:

  • Hoe kan leren over de vervolging van de slachtoffers van de nazi-ideologie inzicht geven in de gevolgen van mensenrechtenschendingen in de huidige samenleving? Wat kan het ons leren over de verhouding tussen stereotypen, vooroordelen, zondebok-denken, discriminatie, vervolging en genocide?
  • Op welke manier is kennis over Joodse vluchtelingen voor, tijdens en na de Holocaust van betekenis voor begrip van hedendaagse migratieproblematiek?
  • Wat kan de Holocaust ons leren over het verloop en de waarschuwingssignalen ten aanzien van genocide en over hoe we ons kunnen inzetten om genocide te herkennen, tegen te houden en te voorkomen?
  • Zijn er contexten waarin het gebruik van beeldmateriaal en het discours over de Holocaust niet zinvol of zelfs problematisch is? Zijn er interpretaties in het bijzonder die problematisch zijn?